bezwaar DNA gegrond

De rechtbank Den Haag heeft op 28 januari 2020 een bezwaar van een minderjarige tegen bepaling en verwerking van een DNA profiel gegrond verklaard. Dat lijkt niet zo bijzonder maar is het eigenlijk wel. 

 

De minderjarige die nog nooit met justitie in aanraking was gekomen was het jaar daarvoor  veroordeeld voor iets heel onbenulligs en had toen een geheel voorwaardelijke taakstraf van 20 uur gekregen. 

 

Maar toen werd hij vervolgens ook nog eens gedwongen om DNA af te staan. De wetstekst is redelijk helder en dat klopte in beginsel ook wel. Maar het was gelet op de relevante ontwikkelingen in de rechtspraak en wetgeving toch wel de moeite waard om te proberen om te voorkomen dat deze jongen voor zoiets onbenulligs voor de rest van zijn leven in de landelijke DNA databank zou moeten worden opgenomen. Daarom besloten hij om samen met mr Bondam binnen 14 dagen na afname van het DNA een bezwaarschrift in te dienen, en dat had succes.    

 

Diverse Officieren van Justitie en rechtbanken leggen de grens voor het bepalen en verwerken van het DNA profiel op 40 uur taakstraf.  Met 20 uur voorwaardelijke taakstraf zat hij daar dus ruim onder. Dit wisselt echter sterk van plaats tot plaats en ook van zaak tot zaak.  

 

 

De kern van de in deze zaak door mr Bondam aangevoerde argumentatie was het volgende: 

 

"Het bepalen en verwerken van het DNA profiel van betrokkene is disproportioneel:  In twee zaken tegen Nederland  heeft het VN-mensenrechtencomité in oktober 2017 geoordeeld dat verplichte DNA-afname van een minderjarige veroordeelde niet proportioneel is ten opzichte van het legitieme doel van het voorkomen en opsporen van serieuze misdrijven. Het betrof de volgende zaken: VN-mensenrechtencomité 18 juli 2017, S.L. tegen Nederland (2362/2013) en N.K. tegen Nederland (2326/2013). De overwegingen van het VN-comité kunnen niet tot deze individuele zaken worden beperkt, maar stellen de proportionaliteit van de onderliggende regelgeving aan de orde.

 

Dit is ook ingezien door Minister mr Ferd Grapperhaus die op 3 april 2018 een voornemen tot wijziging van de Wet DNA onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V) aan de tweede kamer kenbaar heeft gemaakt (brief van 3 april 2018 met kenmerk: 2226643). Daarin wordt de grens voor wel of geen DNA afname bij veroordeelde minderjarigen gelegd op 40 uur taakstraf. Het voornemen is dat de regeling voor verplichte afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek zo zal worden gewijzigd dat niet langer celmateriaal wordt afgenomen bij minderjarigen die zijn veroordeeld tot een taakstraf tot 40 uur.

 

Betrokkene is van mening dat het bepalen, opnemen en verwerken van het DNA mede gelet op de door de minister gestelde norm disproportioneel is en tot gegrond verklaring van het bezwaarschrift dient te leiden.

 

Ook is het verwerken en bepalen van het DNA profiel van betrokkene in strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat er ook parketten zijn die bij minderjarigen die veroordeeld zijn tot taakstraffen van minder dan 40 uur in het geheel geen DNA meer afnemen en bezwaarschriften tegen het bepalen en verwerken van het DNA profiel dus niet eens nodig zijn."   

 

Verder werd verwezen naar de diverse uitspraken van rechters uit met name Amsterdam die ook positief waren. Van Den Haag waren nog geen positieve uitspraken bekend gemaakt.   

 

De Officier van Justitie stelde zich op het standpunt dat die uitspraken "fout" waren. De wet zou duidelijk zijn en met de rest had deze Officier niets te maken., Gelukkig was deze Haagse rechter het daar niet mee eens.

 

Tot op heden is deze uitspraak niet gepubliceerd op Rechtspraak.NL Wel is deze in anonieme vorm door mr Bondam aan een bekend opleidingsinstituut voor strafrechtadvocaten ter kennisneming aangeboden en zal deze daar worden verwerkt in het cursusmateriaal.  Ook is deze uitspraak in anonieme vorm door collegae bij mr Bondam op te vragen.  

 

Rechtbank Den Haag 28 januari 2020 - 

intern zaaknummer 4551 -  

 

 

 

   

Reactie schrijven

Commentaren: 0